Als men praat over hoogbegaafde leerlingen wordt vaak de succesvol intelligente leerling bedoeld.
Een succesvol intelligente leerling past in het model van Mönks. Een hoogbegaafde leerling met als eigenschappen intelligentie, motivatie en creativiteit allen voldoende of zelfs optimaal ontwikkeld. Deze eigenschappen zijn ook terug te vinden in de twintig punten die Sternberg opnoemt.
In beide theorieën word uitgegaan van wat wij met zijn allen als buitenwereld kunnen waarnemen.
Als wij niet zien dat een persoon succesvol intelligent is, is hij dus niet hoogbegaafd?
Gardner geeft aan dat ieder mens een uniek patroon van intelligentie heeft. Deze intelligenties werken op elkaar in en ondersteunen elkaar. Gardner geeft als definitie van intelligentie: “ .. het vermogen om problemen op te lossen of producten te vervaardigen die van belang zijn in een bepaalde cultuur of gemeenschap” . Daarbij staat centraal dat intelligentie geen op zichzelf staand geheel is , niet statisch is en niet volledig vastgesteld kan worden door intelligentie tests.
In het onderwijs kunnen we d.m.v. de door hem in het boek uitgewerkte methode leerlingen begeleiden om hun eigen patroon te leren kennen , te erkennen en vandaar uit te werken.
Sternberg geeft aan dat intelligenties het meest doeltreffend zijn wanneer een balans bestaat tussen analytische, creatieve en praktische aspecten ervan. Volgens Sternberg is het belangrijker te weten wanneer en hoe deze aspecten van succesvolle intelligentie te gebruiken dan ze simpelweg te bezitten. Succesvol intelligente mensen bezitten deze capaciteiten niet alleen, zij denken na over wanneer en hoe zij deze capaciteiten het meest doeltreffend kunnen aanwenden.
In het onderwijs kunnen we werken vanuit een combinatie van deze visies. Enerzijds laten we de leerlingen m.b.v. de meervoudige intelligentie theorie van Gardner inzicht in zichzelf verwerven anderzijds laten we de leerlingen oefenen met praktische, creatieve en analytische vaardigheden zoals Sternberg dat aangeeft. Gardner geeft aan dat we leerlingen kunnen ondersteunen door het kennen en vieren van ons unieke patroon van intelligenties. “Als ik mijn patroon van intelligenties ken kan ik werken vanuit mijn sterke kanten , kan ik werken aan mijn zwakke kanten. Begrijp ik onderlinge afhankelijkheid en waardeer en vier ik de unieke manier waarop ik functioneer. Als ik patronen van anderen ken... respecteer ik hun sterke kanten en accepteer ik hun zwakke kanten. Accepteer ik anderen beter. Begrijp ik onderlinge afhankelijkheid . Waardeer ik onze gezamenlijke verscheidenheid.”
Als een leerling zichzelf leert kennen, weet wat zijn sterke en zwakke kanten zijn en deze accepteert dan kan een leerling zichzelf ontwikkelen tot een succesvolle intelligente leerling zoals Sterberg deze beschreven heeft. Dan is intelligentie te meten, creativiteit en motivatie zichtbaar en zien we een hoogbegaafd kind zoals Mönks een hoogbegaafd kind omschrijft.

